Ontwikkeling solvabiliteit Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij

De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. De belangrijkste reden om de solvabiliteit te berekenen is om in te kunnen schatten of een organisatie in staat is om bij opheffing (liquidatie) al haar schulden te betalen.
 

De mate waarin een levensverzekeraar solvabel is wordt tot uitdrukking gebracht in een percentage. Dit percentage – solvabiliteitsmarge genoemd – wordt bepaald door het aanwezig vermogen te delen door het minimaal vereist vermogen.
 

Solvency I en II

De wijze waarop de genoemde vermogens worden bepaald, is vastgelegd in richtlijnen waarop DNB toezicht houdt. Deze richtlijnen zijn van toepassing op alle (middel)grote verzekeraars. De richtlijnen zijn bekend onder de namen Solvency I en II.
Tot en met 2015 werden de richtlijnen van Solvency I gehanteerd, daarna van Solvency II.
Solvency I dateert van de jaren 70 van de vorige eeuw. Na de financiële crisis is duidelijk geworden dat er (onacceptabele) risico zijn genomen door banken en verzekeraars, waardoor de noodzaak bestond om het nemen van risico’s te beperken en daarnaast ook te monitoren. Hiermee is een belangrijke stap gezet om polishouders beter te beschermen. De belangrijkste principes van de gewenste nieuwe richtlijn is, het op basis van risico inschattingen, eisen te stellen aan de ratio’s van het eigen vermogen.
De tweede Solvabiliteitsrichtlijn is de opvolger van de eerste (Solvency I) uit 1973 (Richtlijn 73/239/EEC).
De nieuwe richtlijn Solvency II heeft vier doelstellingen:

  • De verzekeraar heeft voldoende geld in kas om claims uit te betalen en overeenkomsten uit te voeren.
  • Polishouders worden beschermd tegen bankroet van de verzekeraar.
  • Toezichthouders hebben meer inzicht in het reilen en zeilen van de verzekeraar en kunnen dus eerder ingrijpen.
  • Het algehele vertrouwen in de financiële sector wordt versterkt.

Er zijn drie belangrijke eisen:

  • Kwantitatieve eisen voor kapitaalbuffers en de waarderingsgrondslagen.
  • Eisen die aan risicomanagement en governance worden gesteld.
  • Eisen aan de publieke rapportage en transparantie.

Solvabiliteismarges van NN Levensverzekering Maatschappij

Tot 1 januari 2015 op basis van Solvency I en daarna op basis van Solvency II.
De berekening onder Solvency II geeft een meer betrouwbaar beeld omdat rekening wordt gehouden met de marktwaarde en het risico van de bezittingen. Een solvabiliteitsmarge van 100% zou in principe genoeg zijn. Maar in werkelijkheid wordt ca 160% als een veilige ondergrens gezien. Toen de Staat Vivat verkocht had Vivat een solvabiliteit van 140%. De Minister van Financiën eiste van de nieuwe eigenaar dat zij € 1,3 miljard moest bijstorten op het eigen vermogen ter verbetering van de solvabiliteit. De solvabiliteitsmarge onder I en II zijn overigens niet vergelijkbaar. De berekeningen van Solvency II leiden in het algemeen tot een lagere solvabiliteit(smarge).

JaarSolvabiliteitsmarge
Onder Richtlijn I

Onder richtlijn II
Maatschappij
2012191 %-NN Leven
2013224 %-NN Leven
2014257 %-NN Leven
2015294 %-NN Leven
2016-241 %NN Leven
2017
1ste halfjaar
-196 %NN Leven (incl Delta Lloyd)
Van deze cijfers mag afgeleid worden dat NN Leven – ook vanaf het samengaan met Delta Lloyd – nog steeds een veilige en solvabele levensverzekeraar is.